6. De Triodosbank
opmerking vooraf
Deze scriptie is geschreven in 1993 en gepubliceerd op internet in februari 2002.
Voor een deel zal hij verouderd zijn, met name dit hoofdstuk over Triodos. Tegelijk is het ook interessant om nu te kunnen zien hoe Triodos zich sindsdien heeft ontwikkeld.
Een aardig onderwerp voor een artikel van een hedendaagse student misschien?
6.1 Wat is Triodos?
Triodos is een groep van vijf financiële instellingen:
- Stichting Triodos, welke bemiddelt bij schenkingen en leningen.
- Triodos Borgstellingsfonds, welke aanvullende zekerheden kan verstrekken bij het aangaan van leningen.
- Triodosbank NV, een door de Nederlandsche Bank NV erkende algemene bank, die alle bankactiviteiten mag uitoefenen.
- Triodos Assurantiën BV, die zich met alle soorten verzekeringen bezighoudt.
- Triodos Deelnemingen BV, die zich bezighoudt met het verstrekken van risicodragende participaties, met adviesverlening en directievoering.
De toekomst is nu, Zeist: Triodosbank.
6.1.1 De ontstaansgeschiedenis van Triodos
Aan het eind van de jaren zestig ontstaat er bij een aantal maatschappij-vernieuwende groepen (de meeste van antroposofische signatuur) behoefte aan advies en begeleiding op bedrijfseconomisch vlak. In 1968 besluit een aantal mensen hiervoor een werkgroep te vormen, met antroposofie als oriëntatie.
In 1971 leidt dat tot de oprichting van de Stichting Triodos, een stichting die moet gaan bemiddelen bij leningen en schenkingen. Eén van de activiteiten die de Stichting ontplooit is het organiseren van een 'spaar-pool': spaargelden worden gebundeld en als één spaartegoed ondergebracht bij een bank, wat rentevoordeel oplevert. De spaarders schenken een deel van de rente aan initiatieven die bij de Stichting worden aangemeld. Het gezamenlijke tegoed stijgt tot boven de fl.20 miljoen.
In 1973 wordt het Triodos Borgstellingsfonds opgericht. Dit verstrekt borgstellingen voor ondernemingen die bij een bank aankloppen voor een lening. Het succes is gematigd: de banken blijven onwennig staan tegenover de 'alternatieven'. Eind 1989 heeft het Borgstellingsfonds 206 borgstellingen afgegeven voor in totaal fl.2,7 miljoen.
Het Borgstellingsfonds is op het moment van schrijven nog een zelfstandige Coöperatieve Vereniging, maar zal in de loop van 1993 worden omgezet in een BV die wordt ondergebracht bij de Stichting Triodos. Het Borgstellingsfonds zal dan eenzelfde positie innemen als Triodos Assurantiën en Triodos Deelnemingen (zie Fig.1).
Er komt steeds meer vraag naar bankactiviteiten, welke de Stichting en het Borgstellingsfonds niet kunnen verzorgen en meer en meer mensen willen hun geld 'verantwoord' sparen. In 1980, na enkele jaren van voorbereiding, wordt de Triodosbank NV opgericht, die daarvoor moet gaan zorgen. De bank wordt door de Nederlandsche Bank als algemene bank erkend en mag derhalve alle bankactiviteiten uitoefenen.
In 1986 wordt vervolgens Triodos Assurantiën BV opgericht, welke zich bezighoudt met alle vormen van verzekering en met hypotheekbemiddeling. Een deel van de premies wordt in een speciaal beleggingsfonds (het Meerwaarde Beleggingsfonds) gestort, dat Triodos samen met Delta Lloyd heeft gecreëerd. Triodos nam het initiatief voor dit fonds en houdt er toezicht op, Delta Lloyd doet de beleggingen.
Het laatste lid van de Triodosgroep is Triodos Deelnemingen BV, opgericht in 1988, om risicodragende participaties te verstrekken, advies te verlenen en directie te voeren.
De Stichting Triodos is enige aandeelhouder van zowel Triodos Assurantiën BV als Triodos Deelnemingen BV. Het Triodos Borgstellingsfonds BV heeft thans ca. 600 participerende leden, maar in de loop van 1993 (wanneer de rechtsvorm van het Fonds wordt veranderd) wordt de Stichting Triodos enige aandeelhouder. De aandelen van de Triodosbank NV zijn ondergebracht bij de Stichting Administratiekantoor Aandelen Triodosbank. Daarmee heeft dit kantoor het stemrecht. Certificaten van aandelen (zonder stemrecht) zijn uitgegeven aan ca. 2300 aandeelhouders.
De toekomst is nu, Zeist: Triodosbank.
In het vervolg van dit hoofdstuk zal ik mijn aandacht richten op de Triodosbank NV, omdat deze van alle leden van de Triodosgroep het meest veelzijdig met kapitaal en geld omgaat.
6.1.2 Ontwikkeling van de Triodosbank
Als de Triodosbank in 1980 wordt opgericht is het wettelijk vereiste eigen vermogen fl.500.000. De Triodosbank voldoet met fl.1,2 miljoen ruimschoots aan die eis. Anno 1990 is de wettelijke eis inmiddels fl.5 miljoen, waaraan de bank met ca. fl.6 miljoen opnieuw voldoet. Het aantal certificaathouders is dan opgelopen van 577 tot 2430.
Per 1 januari 1993 is volgens een EG-richtlijn een eigen vermogen van 5 miljoen ECU nodig (ca. fl.11 miljoen). Door een emissie van aandelen heeft de bank in 1992 haar eigen vermogen vergroot van ca. fl.7 miljoen tot meer dan fl.13 miljoen. Hiermee voldoet de bank aan de nieuwe eisen en heeft tegelijk haar mogelijkheden tot kredietverlening uitgebreid. Een derde belangrijk winstpunt van dit grote eigen vermogen is dat nu het openen van filialen in België en Engeland binnen bereik komt. Er wordt naar gestreefd binnen afzienbare tijd een eigen vermogen van fl.25 miljoen te hebben opgebouwd.
'Triodosbank voldoet aan nieuwe EG-norm', Triodosbericht, Nr.61, p.5.
In de periode 1981-'92 zijn de ingelegde gelden toegenomen (met slechts een lichte teruggang in '85/'86) van bijna fl.10 miljoen tot fl.113 miljoen. Het aantal rekeningen nam toe van bijna 1300 tot meer dan 7800. Met name sinds 1988 is er sprake van een snelle groei. De bank presenteert zich aan een breder publiek en trekt daarmee nieuwe spaarders aan. Ook de ramp bij Tsjernobyl zou het aantal spaarders hebben doen toenemen: mensen worden zich plotseling scherper bewust van wat er met hun spaargeld gebeurt.
In de zelfde periode neemt de kredietverlening toe van ca. fl. 2,4 miljoen tot fl.85 miljoen. Het aantal projecten vertienvoudigt tot 1098.
| Tabel 1 Enkele kerncijfers van de Triodosbank NV (bedragen x 1000 in guldens) |
|||||
| '81 | '84 | '87 | '90 | '92 | |
| Eigen vermogen aantal certificaathouders |
1.603 577 |
2.939 1.327 |
5.186 2.231 |
6.933 2.430 |
13.273 2.923 |
| Ingelegde gelden aantal rekeningen |
9.583 1.289 |
34.011 3.270 |
37.174 3.704 |
76.963 5.944 |
113.097 7.823 |
| Kredietverlening aantal projecten |
2.386 101 |
10.910 321 |
29.042 559 |
64.532 887 |
85.110 1.098 |
| Balanstotaal | 12.595 | 38.734 | 45.412 | 91.116 | 136.611 |
Een kopie van de intern circulerende jaarstukken. Een algemene publikatie is nog niet voorhanden.
6.2 Triodosbank, antroposofie en sociale driegeleding
De Triodosbank vindt haar oorsprong in antroposofische kring. In de begintijd was de aandacht van Triodos daar ook op gericht. Vandaag de dag echter probeert Triodos een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Dat betekent dat zij zichzelf uitdrukkelijk niet als "antroposofisch" presenteert, hoewel zij wel nog steeds vanuit de antroposofie werkt. In de pers wordt nog vaak over "de antroposofische Triodosbank" gesproken.
De spaarders zijn deels afkomstig uit antroposofische kring, maar voor een belangrijk deel ook uit "MEMO-kringen": mensen die kiezen voor een lagere rente in ruil voor ondersteuning van Mens- En Milieuvriendelijke Ondernemingen. Dan zijn er nog de spaarders die bij de Triodosbank terecht komen, omdat ze iets willen doen aan de schuldenproblematiek van de Derde Wereld, of die specifieke projecten willen ondersteunen.
6.3 Activiteiten van de Triodosbank
Triodos is ooit begonnen als bemiddelingsorgaan voor groepen die met leningen en schenkingen te maken hadden. In wezen is de huidige Triodosbank dat nog steeds; zij mag betalingsverkeer regelen, maar heeft er tot nu toe voor gekozen dat niet te doen. De kosten die betalingsverkeer met zich meebrengt zijn hoog en Triodos heeft steeds gemeend het betalingsverkeer niet wezenlijk beter te kunnen regelen dan andere banken.
Onder druk van een toenemende vraag van klanten onderzoekt de Triodosbank nu toch de mogelijkheden om zelf voor betalingsverkeer te gaan zorgen. De nadruk van de bank zal blijven liggen op het spaar- en kredietwezen.
De Triodosbank probeert geldstromen zo zichtbaar mogelijk te maken, zodat er een maximale betrokkenheid mogelijk is van zowel spaarders als debiteuren. Bij beleggen en kredietverlening wordt niet alleen uitgegaan van financiële winst, maar van een combinatie van financiële en maatschappelijke winst.
De spaarder heeft de keuze uit diverse spaarvormen, met een rentevergoeding die vaak iets lager ligt dan vergelijkbare spaarvormen bij andere banken. Een deel van de 'rente' wordt immers genoten in de wetenschap dat je als spaarder 'verantwoorde' ondernemingen en projecten ondersteunt. Overigens is het verschil in rente momenteel niet groot: de algemene rentestand is zo laag, dat Triodos om bedrijfseconomische redenen in haar rente nauwelijks kan afwijken van de algemene trend.
Een bijzondere spaarvorm is "sparen met rentebestemming": een spaarrekening waarop een extra hoge rente wordt vergoed, maar waarbij de spaarder zich verplicht een deel van de rente te schenken aan een goed doel. Wordt op een gewone spaarrekening een rente gegeven van 3 tot 5% (afhankelijk van het saldo), op de spaarrekening met rentebestemming wordt een rente gegeven van 4 tot 6%. De spaarder verplicht zich dan echter om tenminste 1½% daarvan te schenken. De rente die de spaarder uiteindelijk in handen krijgt komt uit op maximaal 2½ tot 4½% en is daarmee lager dan op een gewone spaarrekening.
Triodos heeft deze spaarvorm ontwikkeld om haar spaarders er toe te bewegen tot schenking over te gaan. Tegenover deze spaarrekeningen staan geen leningen die extra rente opbrengen. De bonus die Triodos op de rente toelegt komt uit de algemene middelen en leidt direct tot vermindering van de winst van de bank.
Een andere vorm van sparen is de "Deelnamerekening": een beleggingsrekening met het karakter van een risicodragende lening van de spaarder aan de bank. Hiermee verstrekt de bank risicodragende leningen aan ondernemingen, zoals windmolenparken. De spaarder krijgt jaarlijks een aflossing en een rente welke afhankelijk is van het resultaat van de onderneming. Gestreefd wordt naar een hoger rendement dan op een gewone spaarrekening.
Bij de kredietverlening is de persoon van de ondernemer van doorslaggevende betekenis: diens levensloop en vaardigheden zijn minstens zo belangrijk als diploma's. Van belang is ook dat de onderneming zich niet uitsluitend richt op financieel gewin, maar ook op maatschappelijk belang. En de Triodosbank heeft een voorkeur voor sectoren waarin zij zelf inhoudelijk kan bijdragen, omdat haar medewerkers over expertise in die sectoren beschikken: bio-dynamische landbouw, gezondheidszorg, windenergie e.d.
De Triodosbank ondersteunt vergelijkbare initiatieven in het buitenland: de Women's World Banking (een mondiaal netwerk dat vrouwelijke ondernemers financieel ondersteunt) en Solidaridad (gericht op een betere economische positie van de mensen in Latijns-Amerika, ondersteund vanuit de spaarrekeningen met rentebestemming).
De toekomst is nu, Zeist: Triodosbank.
In het verleden heeft de Triodosbank meegewerkt aan de oprichting van de Stichting Grondbeheer. De Stichting verwerft gronden die geschikt zijn voor biologisch-dynamische landbouw en geeft deze in pacht of erfpacht uit. Zo wordt de financieringslast van de boer aanzienlijk verlicht. De Stichting komt aan inkomsten uit pacht en erfpacht en uit donaties.
In 1990 hebben de Triodosbank en de Stichting Grondbeheer samen het Biogrond Beleggingsfonds opgericht, dat aandelen uitgeeft. Het zo verworven vermogen wordt belegd in grond die biologisch wordt beteeld. De grond wordt in erfpacht uitgegeven.
De Triodosbank onderscheidt zich van de Algemene Spaarbank Nederland (een ideële spaarbank), doordat zij een algemene bank is, geen spaarbank, en dus kredieten kan verstrekken. De ASN kan uitsluitend risicovrij beleggen. Zij onderscheidt zich van de andere algemene banken, doordat zij specifiek gericht is op ondernemingen met een 'maatschappelijke meerwaarde' en dat haar rentebeleid naar de debiteuren toe anders is: de te betalen rente kan afhankelijk worden gesteld van de draagkracht van de onderneming.
6.4 Werkt de Triodosbank conform Steiners ideeën?
Steiner ziet als elementaire organisatievorm voor de economie de associaties: samenwerkingsverbanden van producenten, handelaren en consumenten uit de meest verschillende branches. Zulke associaties zijn er niet rond de Triodosbank. Maar wel probeert de bank onderling bewustzijn te bevorderen tussen spaarders en leners. Er vindt een behoorlijke voorlichting plaats onder de spaarders over wat er met hun spaargeld gebeurt (het tijdschrift 'Triodosbericht') en middels speciale spaarrekeningen kan de spaarder aangeven zijn geld risicodragend te willen uitzetten.
Ook op andere wijze weet de Triodosbank soms te bemiddelen tussen klanten. Omdat de bank met zowel producenten als verwerkers en detaillisten in de biologische landbouw te maken heeft, kan zij een coördinerende rol spelen, die een betere onderlinge afstemming van activiteiten kan bevorderen.
Dit zijn twee aanzetten naar een associatief samenwerkingsverband, maar meer ook niet. Het is ook de vraag of je een bank een grote rol zou moeten toekennen bij het vormen van associaties. Uiteindelijk is de bank geen werkelijke economische agent, maar een bemiddelaar.
Kapitaal zou volgens Steiner moeten worden ingezet waar het sociaal productief kan worden gemaakt en uiteindelijk zou het moeten worden geconsumeerd in het geestesleven.
De Triodosbank geeft kredieten aan ondernemingen met een 'maatschappelijke meerwaarde'. In het algemeen betekent dit, dat de betreffende onderneming niet uitsluitend gericht is op het behalen van winst voor zichzelf, maar een ideëel doel nastreeft, naast het continueren van de onderneming. Dat kan bijvoorbeeld zijn de gezondmaking van de relatie landbouw-milieu (biologische landbouw), het opwekken van schone energie (windmolenparken), of het vernieuwen van samenlevingsverbanden (Centraal Wonen projecten). Deze ondernemingen trachten dus de collectieve welvaart te verhogen en zijn in die zin als sociaal producerend te bestempelen.
De wijze waarop de ondernemingen krediet verwerven is dat de bank daarover beslist. Als spaarder ben je in grote lijnen op de hoogte van het beleid van de bank, maar echte zeggenschap lijkt er toch niet te zijn. De directe betrokkenheid tussen spaarder en ondernemer is daarom gering.
De bank heeft de mogelijkheid om consumptieve kredieten te verstrekken, maar kiest er voor dat niet te doen. Er zijn echter grensgevallen: een kunstenaar die een lening krijgt voor een huis/atelier, een leraar die een hypotheek krijgt voor de koop van een huis... Maar veel verder gaat dit niet. Een krediet voor de aanschaf van een plezierjacht zit er niet in.
Consumptie van kapitaal in het geestesleven wordt op een bepaalde manier gerealiseerd bij de rekening met rentebestemming. Daar schenkt zowel de spaarder als de bank een bedrag aan een instelling die (deels) van schenkgeld afhankelijk is. In plaats van de renteopbrengst als kapitaal te accumuleren schenkt de spaarder die deels. En de bank schenkt uit algemene middelen (en daarmee uit de winst) een bedrag.
De Stichting Grondbeheer en het Biogrond Beleggingsfonds zijn zelfstandige rechtspersonen, maar de Triodosbank heeft er veel mee te maken, daarom is een korte bespreking op zijn plaats. In de Stichting gebeurt wat Steiner aangeeft: grond wordt aan het geestesleven geschonken. Weliswaar niet direct, maar door de Stichting geld te schenken waarmee grond kan worden aangekocht. De zo verworven grond is uit het economisch circuit gehaald, is niet langer een speculatieobject. De Stichting bepaalt de voorwaarden waarop er van de grond gebruik mag worden gemaakt.
Het Biogrond Beleggingsfonds werkt anders. Aandelen worden verkocht en het genereren van een dividend voor de aandeelhouders is noodzakelijk. Dit is in tegenspraak met Steiners idee grond uit de sfeer van belegging en speculatie te halen. Maar in het geval van het Beleggingsfonds gaat het daar ook niet om, maar om het verwerven van grond voor biologische landbouw, die zonder al te grote financieringslasten voor de boer beschikbaar is.
De winst die een onderneming maakt, zou volgens Steiner óf binnen óf buiten de onderneming productief moeten worden ingezet, óf moeten worden geschonken. Bovendien zou de ondernemer aanspraak moeten kunnen maken op een deel van de winst.
Bij de Triodosbank is niet echt sprake van een ondernemer. De bank is een NV. Tussen vermogenverschaffers en NV staat een administratiekantoor (zie fig.1). De vermogenverschaffers zijn financieel gezien ondernemers: ze lopen immers risico. Juridisch gezien zijn ze geen aandeelhouder van de Triodosbank, maar certificaathouder bij het Administratiekantoor.
Wanneer de bank winst maakt dan gebeurt er het volgende mee. In het bankbedrijf worden 'nodeloze' kosten gemaakt bij de rentebestemmingsrekening: als de bank geen bonusrente op deze rekening zou geven, dan zou de winst van de bank toenemen. De bonusrente, die ten koste van de winst gaat, wordt geschonken.
Na het opmaken van de jaarrekening wordt (conform artikel 17 van de statuten van de bank) over de winstverdeling beslist. Ten eerste wordt een gedeelte toebedeeld aan het eigen vermogen, voorzover dat wenselijk is met het oog op voortzetting en uitbreiding van het bedrijf. Daarna wordt een dividend uitgekeerd aan de aandeelhouders. Blijft dan nog een bedrag over, dan is het aan de aandeelhoudersvergadering daarvoor een bestemming te vinden.
Er zitten in de winstbestemming van de Triodosbank vier elementen: schenkingen, die ten koste van de winst gaan, investering in het eigen bedrijf, dividenduitkering aan vermogenverschaffers en nadere toedeling door de aandeelhoudersvergadering. Dit lijkt geen buitengewone situatie te zijn. Dividenduitkering, investering in het bedrijf en nadere toedeling door de vergadering zijn normaal en ook schenkingen treden op in het bedrijfsleven (sponsoring, om maar iets te noemen).
Is er dan niets bijzonders aan de Triodosbank op dit gebied? Toch wel. Hoewel dat niet statutair is vastgelegd heeft de bank niet een streven naar winstmaximalisatie. Een van de doelstellingen van de bank is het bevorderen van financiering van projecten die een maatschappelijke vernieuwing beogen. Daartoe zet de bank bijvoorbeeld een instrument in als de rentebestemmingsrekening, dat directe gevolgen heeft voor de winst. Daartoe rekent de bank aan weinig draagkrachtige crediteurs een lagere rente toe, wat ook zijn weerslag heeft in de winst. Indirecte manieren dus om winst te schenken of productief in te zetten.
In praktijk begroot de bank vooraf hoe zij een gewenste toename van het eigen vermogen en een gewenste dividenduitkering kan realiseren en richt zich in haar activiteiten daarop. Bestemming door de vergadering van een restwinst komt in praktijk niet voor.
De rentevoet zou volgens Steiner moeten worden bepaald bij wet en er zou een lage rente moeten zijn voor persoonlijk krediet, een hoge voor hypothecair krediet.
De Triodosbank bepaalt zelf haar rentevoet. In het algemeen streeft de bank een lagere rente op persoonlijk krediet na dan andere banken, maar met de huidige lage rentetarieven is er weinig verschil meer. Consequentie van een lage rentevoet op persoonlijk krediet is dat de spaarder een lage rente ontvangt over zijn spaargeld. De lage rente maakt het ondernemers mogelijk goedkoop te produceren.
Behalve persoonlijk krediet verstrekt de bank ook hypothecair krediet. De rente daarover is niet hoger dan van andere banken en leidt daarom in dezelfde mate tot stuwing van kapitaal in grond. Er lijkt echter geen alternatief te zijn. Je kunt als bank wel een hoge rentevoet op hypotheken zetten, maar dan wil niemand zo'n hypotheek aangaan. De enige manier om tot een hoge hypotheekrente te komen lijkt te zijn dat de overheid daartoe maatregelen neemt.
Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom het hanteren van een lage rentevoet op persoonlijk krediet (en daarmee op spaargeld) beter te realiseren is dan het hanteren van een hoge rentevoet op hypothecair krediet:
- Bij de lage rentevoet zal een bank geen moeite hebben debiteuren te vinden. Voor spaarders betekent het in het algemeen slechts een geringe rentederving, omdat de spaartegoeden relatief klein zijn. Een hypotheek met hoge rente betekent echter voor de debiteur al gauw een forse verhoging van zijn rentelasten.
- Het effect van lage rentevergoedingen is goed te verkopen, omdat ze direct leiden tot goedkopere productiekosten voor de ondernemers. De spaarder krijgt dus 'waar voor zijn geld'. Een hoge hypotheekrente zal echter geen waarneembaar effect op de grondprijzen hebben.
- De spaarder zal zelden of nooit voor zijn levensonderhoud afhankelijk zijn van zijn renteopbrengsten. De ondernemer daarentegen ziet hogere rentelasten direct vertaald in lager bedrijfs- of persoonlijk inkomen.
Het zelfstandig aanhouden van een hoge hypotheekrente om het stuwen van kapitaal in grond tegen te gaan lijkt dus niet zinvol: ondernemers zullen geen hypotheek willen afsluiten en er is geen waarneembaar effect op de grondprijzen. De enige optie die de Triodosbank overblijft, is zelf niet te speculeren met grond.



